We zijn toe aan een nieuwe inrichting van het landschap van leren, ontwikkelen en instructie. En daarbij is het lastig om dit te creëren vanuit en binnen bestaande systemen en vastgestelde leeromgevingen als opvang, onderwijs, jeugdzorg, volwasseneducatie. Nieuwe bouwstenen worden zichtbaar; persoonlijk portfolio, individuele toetsing op valide gronden, een hybride omgeving waarin leven, spelen, leren en werken interactief invloed hebben op de persoonlijke en gezamenlijke ontwikkeling, een omgeving (fysiek en digitaal) waarin ontmoeten en leren van en met elkaar in de wereld mogelijk is. Blosse krijgt nu de kans om dit te gaan realiseren in de nieuw te bouwen wijk de Draai in Heerhugowaard. Daar, maar ook op vele andere plekken in Nederland liggen er kansen om dit anders te gaan invullen. Deze en andere overwegingen kunnen mogelijk een goede bijdrage leveren in het uiteindelijk realiseren van een uitdagende en prachtige hybride leef-, speel-, leer- en werkomgeving voor alle inwoners van de wijk.

“Zoals vermeld in mijn brief van 16 januari 2019, zal van een verplicht lerarenregister in deze kabinetsperiode geen sprake zijn. Wel blijf ik werken aan de doelen uit de Wet beroep Leraar en het vrijwillig Lerarenportfolio, dat de regie over de professionele ontwikkeling in handen legt van de leraar” En later in dezelfde brief aan de Tweede Kamer: “Schoolbesturen  die ervoor kiezen geen gegevens aan te leveren, moeten kunnen aantonen dat zij op andere wijze de professionele ontwikkeling van hun leraren stimuleren”. Aldus de reactie van Arie Slob, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Maar wat wordt hier nu eigenlijk gezegd? “Regie over leren, ontwikkelen, instructie, professionaliseren bij de leraar”! “Schoolbesturen die stimuleren en faciliteren”! Zou je dit ook op een andere manier kunnen verwoorden als je naar leren en ontwikkeling kijkt, niet alleen van leraren, maar ook van kinderen? Een eerste poging:

“De regie over de eigen ontwikkeling ligt in de handen van het kind. En iedereen om dit kind heen kan aantonen, of dit nu een vrijwilliger is, vriend, familie of professional op welke wijze deze ontwikkeling wordt gefaciliteerd en gestimuleerd”

Persoonlijk Portfolio

Een belangrijke rol in de ‘professionele’ ontwikkeling speelt dus het portfolio. Een vergaarbak, van mijzelf, waarin ik ‘bewijzen’ van die ontwikkeling, van mijn stappen, heb bewaard? Wat moet ik me daarbij voorstellen.

Persoonlijk portfolio

Een portfolio is een, tegenwoordig meestal, digitale, persoonlijke map met een overzicht van persoonlijke competenties (kennis en ervaring), onderbouwd met bewijzen, gerelateerd aan een standaard (kwaliteitsnormen) en aangevuld met een persoonlijk ontwikkelingsplan.

Het persoonlijk portfolio speelt dus een zeer belangrijke rol in je ontwikkelingsproces. Niet alleen als reflectie-instrument, maar ook om je te ondersteunen in je verdere ontwikkeling en ook je toegang te geven tot het werk, de plek in de samenleving, die je uiteindelijk zult hebben. Vanuit het perspectief dat leren en ontwikkelen altijd en overal aanwezig is stelt dit nogal wat eisen aan het portfolio. Eisen t.a.v. indeling, beschikbaarheid en toegankelijkheid (privacy)

Als we het hebben over persoonlijke competenties (skills) dan hebben we het over het geheel van kennis en ervaring, vaardigheden en talenten. Je kan ook een onderverdeling maken in hard en soft skills. Waarbij de hard skills meer gericht zijn op functies, processen en rollen binnen de samenleving of een organisatie terwijl de soft skills meer gericht zijn op sociale, communicatieve vaardigheden. Taalvaardigheid en persoonlijke gewoonten.

Je vult je portfolio uiteindelijk met ‘resultaten/bewijzen’ van je activiteit, zodat er prachtig inzicht ontstaat in wat je hebt gedaan, beleefd en bereikt. Voor het laten zien en ervaren van ontwikkeling is het daarnaast natuurlijk wel belangrijk dat resultaten, in sommige gevallen, gespiegeld zijn aan een valide norm. Wat is, in onze samenleving, de waardering/validiteit van jouw bereikte resultaat? Zowel voor jezelf als voor anderen, organisaties, werkgevers, is het natuurlijk belangrijk om resultaten te kunnen ‘waarderen’ en liefst te kunnen spiegelen aan valide, vastgestelde, kwaliteitsnormen.

Vanuit dit perspectief vraagt de facilitering en ondersteuning van dit persoonlijke ontwikkelproces enorm veel van ouders, gezinsleden, familieleden en natuurlijk ook van de professionals van opvang en onderwijs en uiteindelijk collega’s in het werk. Facilitering in de vorm van een hybride leef-, speel-, leer- en werkomgeving waarbij nieuwsgierigheid en het ontdekken en uitbouwen van talenten en leren van en met elkaar optimaal worden ingevuld. Waarbij sprake is van een uitdagend en constant lonkend perspectief dat ‘verleid’ tot ontwikkeling. Een omgeving waarin kwalificatie, socialisatie en subjectificatie als onderdelen van ‘leren in de wereld’ herkenbaar en voelbaar zijn. Deze zelfde facilitering van een continu ontwikkelproces vraagt afstemming en sensitiviteit van professionals binnen die hybride omgeving. Met elkaar en met iedereen die zich in die omgeving bevindt.

Overgangsbewijs, diploma, centrale eindtoets basisonderwijs

Bij de geboorte starten ouders al met het vullen van je persoonlijke portfolio. Foto’s van jezelf, in allerlei standen en ontwikkelingen, kruipen, zitten, zwaaien, brabbelen, lopen, fietsen enz. worden gemaakt en opgeborgen. Langzaam maar zeker zou het kind het vullen van dit digitale portfolio kunnen overnemen. Al je kennis en ervaringen vinden een plek in je portfolio en geven houvast bij de volgende stappen die je wilt en kunt nemen. En of dit nu de aanmelding is bij een voetbalclub of de muziekschool, of de overgang naar een ander gebouw omdat het bestaande gebouw (zeg maar de ‘oude’ basisschool) niet meer past. Niet meer uitdagend is. Je gaat op zoek naar een nieuwe uitdagende omgeving en die zal vaak buiten de vertrouwde wijk liggen. Je gaat daar eens kijken of daar werkelijk nieuwe uitdagingen aanwezig zijn en je presenteert, aan de hand van je portfolio, die zaken die voor jezelf en eventueel voor anderen duidelijk maken dat je toe bent aan deze volgende stap.

Natuurlijk zal je in je presentatie ook kennis en ervaringen laten zien die je zelf hebt getoetst aan landelijke normeringen, maar veel andere zaken zullen zich daar minder voor lenen.

Ononderbroken ontwikkelingslijn in een hybride omgeving

Hiaten, schotten in deze hybride omgeving ondermijnen het continu ontwikkelproces en dienen vermeden te worden. Aan de andere kant is de ervaring dat leren soms ook van ‘au’ is. Je leert zeker ook van ervaringen die niet minder positief zijn. Binnen een veilige en vertrouwde omgeving zullen nieuwsgierigheid en enthousiasme bloeien en zal, in samenwerking met anderen, een eventuele negatieve ervaring een positieve bijdrage zijn in het leerproces. Iedereen, kind en volwassene, heeft binnen deze omgeving dus niet alleen een ‘rol’ als lerende, maar ook de ‘rol’ van leraar. Immers; wat is er sterker dan het geleerde te delen met de ander, en vanuit deze versterking van kennis en vaardigheden anderen te ondersteunen bij een vergelijkbaar leerproces.

Ontmoeting en gebouw

Een leven lang leren, leerling en leraar zijn, en met en van elkaar leren. Wat een uitdaging om dit te faciliteren. Die facilitering is noodzakelijk voor het digitale persoonlijke portfolio, een digitale leeromgeving en een fysieke omgeving. Hoewel het enorm lastig is om een voorstelling te maken van die fysieke omgeving kunnen we er wel een aantal beelden bij schetsen. De omgeving moet gemakkelijk bereikbaar zijn voor alle inwoners van de wijk/het dorp. Uitnodigend en uitdagend zijn. En leren en ontwikkelen in kleine en grote groepen, op velerlei terreinen mogelijk maken. Het gebouw dient ook gemakkelijk bruikbaar te zijn en zeer ruime openingstijden te hebben. Vanaf het begin ligt de verantwoordelijkheid voor het gebouw en de uitdagende omgeving bij de gebruikers. Iedereen levert een bijdrage.

Leren, ontwikkelen en instructie

Opvang en Onderwijs verdwijnt. Leren, ontwikkelen en instructie blijft. Van het moment dat je wakker wordt totdat je slapen gaat. En vanaf je geboorte tot je sterfdag. Leren en ontwikkelen doe je met en van elkaar. En in een uitdagende omgeving. Zoals eerder genoemd geeft Gert Biesta een 3-tal domeinen van het onderwijs aan. Kwalificatie (kennis en vaardigheden), Socialisatie (tradities en praktijken) en subjectivering (autonomie, verantwoordelijkheid).

Voor wat betreft de subjectivering is het van belang om het kind te zien als persoon in de wereld. Een wereld die nieuw is, maar waar veel van kan worden geleerd. Je leert in relatie tot deze wereld en in relatie met anderen die in deze wereld leven en leren. Daarnaast is het van belang om aandacht te hebben voor de uniciteit van elk kind. “Je mag zijn wie je bent en wilt worden” is daarbij een wezenlijk uitgangspunt. En dan niet vanuit het perspectief van een optimaal gerealiseerd individualisme, maar als bewustwording van het eigen ik en die van de ander. “ik ben omdat wij zijn”, UBUNTU is wat dat betreft een prachtig beeld van ontwikkeling in de wereld en met anderen.

De ‘professionals’ om het kind

Het zal duidelijk zijn dat die anderen, die naar jou toe de rol van leerling of leraar invullen, (wederzijds) niet allemaal een gecertificeerd PABO of universitair diploma (hoeven te) hebben. Onderdelen van jouw lerende omgeving vragen zondermeer om specifieke kennis en ervaring, maar veel kan ook van anderen en op een andere manier worden geleerd, ervaren en eigen gemaakt.

In het community centre in je wijk/het dorp kom je in aanraking met allerlei mensen die naar jou de rol van leerling en leraar kunnen invullen. Al deze mensen zijn daar ook om te leren of het geleerde in de praktijk te brengen.

En sommige volwassenen zullen, in deze uitdagende en lerende omgeving, met anderen en met ondersteuning van een digitale leeromgeving, waarin ze ook genormeerde toetsen kunnen afnemen, zich ontwikkelen tot professional die werkzaam kan zijn in dit community centre. Niet meer als vrijwilliger, maar als betaalde kracht.